Een echte kabouter leeft lang en gelukkig in een sprookje van een Vliegenzwam, maar de Amsterdamse tuinkabouter zoekt iets moderners. Hij heeft een hippe pied-à-terre op de Grote Braak, stylo Stropharia.
De blauwplaatstropharia of bietenputzwam wordt met reden Garden Giant genoemd, de hoeden worden met gemak 20 cm of meer.
Een riant kabouterhuis dus, voor Amsterdamse begrippen. En het is niet alleen groot, maar ook nog eens eco-friendly. Zo zorgt het mycelium voor een betere samenhang van deeltjes en luchtigheid in de grond, vermindert het bodemerosie en houdt het water vast. Als composteerder is de zwam een ster in supersnel circulair bouwen en helpt ze met haar metabolisme belangrijke voedingsstoffen beschikbaar te maken voor de planten in haar buurt. Ze gedijt het best op onverteerde humus, houtsnippers, zaagsel en dergelijke, dus een plekje tussen de bio-groentjes is helemaal haar ding. Het meest gaat ze, sinds jaar en dag, aan op maïs. En is de grond wat vervuild? Geen probleem, helemaal organic ruimt ze pesticiden op en zelfs E.coli bacteriën hakt ze in de pan. Ze trekt regenwormen aan, maar maakt rondwormen af.
De zwam is geen geboren Amsterdammer maar werd voor het eerst beschreven in Noord Amerika in 1922. Sinds de jaren 50 van de vorige eeuw werd ze waargenomen in Japan, Argentinië, Australië en in grote delen van Europa. Die brede horizon is vermoedelijk een gevolg van de handel (en expats).
Het is de aspirant tuinkabouter aan te raden snel te handelen, want ook al komen de Giarden Giants als paddenstoelen uit de grond, twee keer knipperen en ze zijn weg.